Luisterend oor in verhuiscarrousel    

BrinkDe stedenbouwkundige herstructurering van Slootdorp vraagt veel van de bewoners van dit oudste Wieringermeerdorp.

SLOOTDORP -De stedenbouwkundige herstructurering van Slootdorp - compleet met sloop en nieuwbouw van huizen - vraagt veel van de bewoners van dit oudste Wieringermeerdorp. Want je zal maar te horen krijgen dat je niet langer in je huis kunt blijven wonen, omdat deze niet meer aan de eisen van deze tijd voldoet. Zoals aan De Brink. Caroline Sminia tracht als bewonersbegeleidster de betreffende mensen zo pijnloos mogelijk naar een nieuw onderkomen te geleiden. „Je bent vooral op het sociale vlak bezig."

De moderne tijd met zijn vooruitgang zorgt ervoor dat er altijd weer nieuwe beroepen bijkomen. Het letterlijke doorbreken van de eenzijdige bebouwing in het in 1930 gestichte dorp moest echter, gezien de emoties bij de mensen, met de grootste zorgvuldigheid aangepakt worden. Onder meer door het inzetten van een vast aanspreekpunt voor de 83 bewoners c.q. gezinnen die hun huis noodgedwongen moeten verlaten. Omdat het niet meer voldoet. Terwijl velen er, ondanks de benauwde ruimte, ouderwetse indeling, de vocht en de tocht, tóch graag wilden blijven. Dan kom je dus als corporatie lekker op de koffie.

„In het begin waren de reacties dan ook overwegend negatief', erkent Sminia. Die in november 2001 aantrad als bewonersbegeleidster. „De mensen hadden op basis van de eerste informatieavonden te veel het gevoel gekregen dat alles al beslist was. Zo van: zo gaat het worden en u heeft niets meer te vertellen."
Sminia benutte de eerste tijd voor huisbezoeken aan de 83 bewoners van wie de woningen gesloopt gaan worden. „Om te inventariseren wat ze willen. En aan de hand daarvan de mensen trachten uit te plaatsen. Ik moet toegeven dat het voor veel mensen best heel vervelend is, maar het is nu eenmaal noodzakelijk. Als er niets was gebeurd, hadden oudere mensen op een gegeven moment toch naar Wieringerwerf of Middenmeer moeten verhuizen. De Brink krijg je niet meer op niveau. Nu hebben ze wél de kans om in Slootdorp te blijven omdat we ook gelijkvloerse woningen bouwen." Sminia beseft dat het nooit lukt om iedereen tevreden te stellen, maar voor een groot deel is dit volgens haar geslaagd. „Bij De Brink is vrijwel iedereen die niet naar de nieuwbouw gaat verhuisd. Ze hebben bijna allemaal de woning gekregen die zij gevraagd hebben."

Sminia verbond zich in zooi aan de Wooncompagnie. Daarvoor was zij elf jaar werkzaam als woonconsulent bij een wooncorporatie in Haarlem, haar toenmalige woonplaats. Inmiddels is zij woonachtig in Middenmeer. Haar betrokkenheid bij dit project trekt zij ver door. Straks betrekt zij met haar gezin de enige vrije woning aan het trapveldje. En wordt daarmee dus zelf ook onderdeel van de verhuiscarrousel die reeds gaande is in het plattelandsdorp. De herstructurering in Slootdorp beslaat de sloop van 83 woningen en de nieuwbouw van 161 huizen. Oftewel sloop van ruim achttien procent van het totale woningaanbod in deze dorpskern, waarna het totaal aantal woningen toeneemtmet zeventien procent.

De nieuwbouw gaat voor de sloop uit. Bouwfonds is bezig op en om het terrein van de voormalige manege Emmahoeve 67 woningen te realiseren. De Wooncompagnie neemt de rest voor zijn rekening. Zestien op locatie Trapveldje, vijftien op de locatie Mulder/Kerk en 35 huurwoningen aan De Brink. Waar volgend jaar de veertig bestaande huizen plat gaan. Ten slotte wordt er gebouwd in het buurtje Pioniershoek, Langeweg, Schoolstraat en Brink, waar nog eens bijna kleine veertig woningen komen.

De forse ingreep in de dorpsstructuur is nodig vanwege de leefbaarheid, is de gedachte erachter. Slootdorp kampt met de problemen van de huidige plattelandskern: de middenstand trekt weg, het openbaar vervoer wordt steeds beroerder en jongeren komen qua wonen niet meer aan de bak. Reden om het dorp te moderniseren. Om meer variatie in het wonen aan te brengen. Slootdorp telt 460 woningen, waarvan veertig procent koophuizen en zestig procent huurhuizen. Deze verhouding wordt omgedraaid en moet uiteindelijk groeien naar zeventig procent koop en dertig procent huur bij zo'n 540 woningen.

Sminia: „Er ontstaat straks een grote differentiatie in woningen, waarbij blijkt dat mensen behoefte hebben om te kopen. Nieuwbouw, koop, koopzeker, levensloopbestendig, huur, en binnen het bestaande bezit willen we woningen met lage huur houden waar slechts het normale onderhoud gepleegd wordt. Door al deze keuzemogelijkheid creëer je ook mogelijkheden voor jongeren."

Desondanks zijn er Slootdorpers die bang zijn voor de toekomst van de dorpsgemeenschap, voor het wegvallen van de sociale samenhang door het verloop en de instroom van nieuwe (vreemde) mensen. Ook is er kritiek dat het aantal nieuwe woningen niet voldoende is en bovendien te laat komt. Sminia: „Over het geheel genomen is bijna twintig procent woningen erbij voor zo'n klein dorp als Slootdorp behoorlijk veel. Dan de kritiek van 'we hadden het tien jaar eerder moeten doen'. Dan moetje de gemeente en de provincie wel mee hebben. Nu willen ze veel met de Wieringermeer gaan doen. Dat was tien jaar geleden niet zo. Dan kan je als corporatie wel wat willen."

De herstructurering in Slootdorp levert voor de Wooncompagnie belangrijke kennis op waar men elders in de regio zijn voordeel mee kan doen, stelt Sminia. Zo is het woningbestand in Middenmeer ookeenzijdig en staan daar ook ontwikkelingen op stapel. In Schagen wordt over enige tijd de karakteristieke Magnusbuurt aangepakt, al blijft het sloopspook daar buiten de deur. Sminia gaat ook voor de Magnusbuurt als bewonersbegeleider optreden. Inmiddels is zij al begonnen met de thuisbezoeken en heeft zij zo'n twintig van de zeventig huurders gesproken. Eerst moet echter het werk in Slootdorp worden afgerond. „Ik denkt dat we dit project positief kunnen afsluiten. Het gaat gewoon goed, ook de communicatie via de Sluiskrant werkt prima. Al krijg je nooit iedereen honderd procent tevreden."

bron Schager Courant
Gepubliceerd: 3 juli 2004