
Ingenieur
Cornelis LeLy
De geschiedenis
van de Wieringermeer gaat eigenlijk veel verder terug dan tot de
beroemde droogmaking van dit gebied. Toen
de Romeinen, omstreeks het begin onzer jaartelling,
in deze landen kwamen, was er nog veel land, dat later aan het water ten
offer viel.
De
latere Zuiderzee bestond nog niet! Wel is bij sommige Romeinse
geschiedschrijvers iets te vinden over een groot aantal meren ten
noorden van de Rijn, zoals het Flevomeer en het Wieringermeer. Het
Flevomeer moet ongeveer gelegen hebben in het zuidelijke deel van de
latere Zuiderzee, het Wieringermeer lag ongeveer op de plaats waar nu
onze polder ligt.
De kust van het gebied dat later Noord-Holland zou
gaan heten zag er toen totaal anders uit.
In die tijd moet er een
duinenrij gelegen hebben vanaf het vasteland via het huidige
Waddengebied tot aan de kust van Denemarken, slechts hier en daar
onderbroken door een riviermonding.
Het gehele Zuiderzeegebied was toen
land, bewoond door mensen en dieren. Van het huidige Waddengebied tot de
plaats waar nu de Flevopolders liggen strekte zich een groot oerwoud
uit, het zgn. Creiler Woud, waarvan nu nog overblijfselen (boomstammen
e.d.) terug te vinden zijn
in de bodem van het IJsselmeer.
Nadat het
water van de Noordzee door het stijgen van de zeespiegel voortdurend was
gaan opdringen waardoor steeds meer bewoners het gebied ontvluchtten,
maakte tenslotte in 1066 een hevige storm een einde aan het zgn.
"gouw Wiron", zoals dit gebied toen heette.
Slechts het eiland
Wieringen bleef over, de rest was water geworden. In de jaren daarna
tastte het water het land steeds meer aan, totdat ± 1300 de Noordzee
doorbrak tot aan het Flevomeer:
de Zuiderzee was gevormd. In die tijden
was de mens nog niet voldoende technisch toegerust om de strijd met het
water met succes aan te binden. Toen in de late Middeleeuwen een zekere
welvaart ontstond en diverse uitvindingen werden gedaan, kreeg men deze
mogelijkheden wel.
Reeds in 1667 is er een plan gemaakt voor de drooglegging van de
Zuiderzee, nl. door de beroemde wiskundige Hendric Stevin. Maar dit was
een zo gedurfd project dat men het nooit in uitvoering heeft durven
nemen.
Toen in later jaren de technische mogelijkheden steeds groter werden,
dook echter telkens weer de gedachte aan drooglegging van dit gebied op;
men had al het nodige gepresteerd, zelfs het Haarlemmermeer was
uiteindelijk op het water veroverd; waarom dan niet een aanval op de zee
zelf geprobeerd en iets trachten terug te winnen van wat zij ons had
afgenomen?
Zo publiceerde in 1870 de Friese landmeter van Wieringse
afkomst K. K. Kooy een plan voor een grote dijk van Wieringen naar
Zurich, compleet met sluizen bij de Friese kust, die de Zuiderzee zou
afsluiten. Hem mogen we dus eigenlijk de geestelijke vader van de
Afsluitdijk noemen!
Veel bekendheid heeft dit plan nooit gekregen, reden
te meer om hem op deze plaats de
eer te bewijzen die (ook) hem toekomt,
want in zijn plannen kwamen ook polders in
de afgesloten Zuiderzee voor!
Uiteindelijk had
al dit streven resultaat. Naar aanleiding van een plan dat de jonge
civiel ingenieur Cornelis Lely reeds in 1891 had opgesteld, kwam op 14
juni 1918 de "Wet tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee"
tot stand. De stormvloedramp van 1916, toen het Zuiderzeewater
tot
ongekende hoogten steeg en grote delen van Noord-Holland onder water
kwamen te staan,
had uiteindelijk de stoot gegeven tot dit besluit, plus
het feit dat
Cornelis Lely intussen Minister van Waterstaat was geworden
... !
Al spoedig werd
met de werkzaamheden begonnen. Nadat men eerst bij het dorp Andijk had
uitgeprobeerd hoe men een polder op de zee moest veroveren (deze zgn.
proefpolder bestaat
nog steeds) begon het echte werk.
Eerst moest een dijk gelegd worden. Die dijk, van Medemblik naar Den
Oever, werd op
29 juli 1929 gesloten. Inmiddels waren er twee grote
gemalen gebouwd: het dieselgemaal Leemans bij Den Oever en het
elektrische gemaal Lely bij Medemblik.
Op 10 februari 1930 werden deze gemalen in bedrijf gesteld en op 21
augustus van datzelfde
jaar was de Wieringermeer droog!
Daarna moest het
woeste land nog bewoonbaar worden gemaakt. In korte tijd verrezen 5
arbeiderskampen.
Hier was, in tegenstelling tot overal elders
in het land, veel werk te
verrichten. Men ging dorpen bouwen.
Het
eerst Sluis 1, later herdoopt in Slootdorp.
In korte tijd
werden woningen, winkels, een kerk en de eerste school van het nieuwe
land opgetrokken. Vervolgens werden de dorpen Middenmeer en
Wieringerwerf gebouwd.
Buiten de dorpen verrezen vele boerderijen, die
in pacht werden uitgegeven; de Staat was grondeigenaar in dit nieuwe
gebied. Omstreeks 250 km weg werd aangelegd en vele sloten uitgegraven.
Uit alle streken van het land kwamen de bewoners naar dit nieuwe gebied;vandaar dat de bevolking van de Wieringermeer zo gemengd is.
Het was nu
een modern polderland geworden dat zeer veel belangstelling trok, ook
internationaal.
Helaas
heeft ir Lely dit niet meer mogen meemaken.
Het
grondgebied was reeds voor de droogmaking bij verschillende gemeenten
ingedeeld.
Op 1 januari 1938 werd Wieringermeer een Openbaar Lichaam en
op 1 juli 1941 werd dit nieuwe land een zelfstandige gemeente. 29
September 1941 nam de bevolking afscheid van de "Wieringermeerdirektie",
die tot dan toe het bestuur had uitgemaakt. Uit erkentelijkheid werd
door de eerste bewoners het gedenkteken "de Maaier"
aangeboden, een standbeeld dat te vinden
is op het Ir Smedingplein te Wieringerwerf. Het opschrift luidt: "Hier werd een toekomst
geboren, bouwt voort".
Inmiddels
was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Met de bevrijding vlak voor de
deur,
kwam er een zwarte bladzijde in de geschiedenis van onze polder,
17 april 1945 s Middags om 12.00 uur lieten de Duitsers uit wraakzucht
de polderdijk exploderen.
Miljoenen m3 water stroomden de polder binnen,
toegelaten door twee gaten: één van
150 meter lengte en één van 200
meter lengte. Het eerste had een diepte van 30 meter,
het andere van 23
meter.
Dit leek het einde van een enorm werk. Wat hier gebeurde leek
onherstelbaar.
Gelukkig had de bevolking bijtijds weten te evacueren.
Maar: meteen na de bevrijding stond men alweer klaar om, ondanks alle
moeilijkheden waar het land voor stond, de Wieringermeer voor de tweede
maal op het water te veroveren. Er was haast geen materiaal in het
uitgeplunderde Nederland, maar met vereende krachten werd op 20 juni
1945 het herstel van de dijk aangepakt.
5 Augustus 1945 om 19.00 uur
werd de dijk opnieuw gesloten.
9 Augustus daarop volgend werd ten tweede
male de strijd tegen het water ingezet.
11 December 1945 was de polder
opnieuw droog. De dorpen, de boerderijen, alles was veranderd in grote
puinhopen. Wegen en bruggen waren beschadigd, honderden kilometers
sloten en drainage waren dichtgespoeld, bomen en beplantingen waren of
gingen dood.
De polder was opnieuw onherbergzaam geworden. Met grote
spoed en voortvarendheid werd de wederopbouw ter hand genomen. Het puin
werd geruimd.
Er werd opnieuw geploegd, gezaaid
en in 1946 werd er weer
geoogst. Alle beschikbare middelen werden aan_ gewend om de eens
zo
mooie gemeente weer op te bouwen. Huizen, winkels, boerderijen, kerken
en scholen werden herbouwd. Het Staatsbosbeheer zorgde voor een nieuwe
beplanting.
Er werd zelfs in 1957 een nieuw dorp' Kreileroord, gebouwd
(genoemd naar het CreiIer Woud).
In de
loop der jaren kwam Wieringermeer er weer helemaal bovenop.
Het
inwoneraantal nam gestaag toe. In het begin van de jaren.'70 ging dit
zelfs sterk vooruit toen in de dorpen Wieringerwerf en Middenmeer veel
woninge werden bijgebouwd.
Intussen
kwamen er ook steeds meer voorzieningen op sociaal, cultuur en
maatschappelijk gebied.
Het aantal takken van sport nam toe en het
aantal sportaccommodaties werd daarop afgestemd.
Het reeds bloeiende verenigingsleven nam nog toe.
In al die jaren hebben inwoners en gemeente bestuur blijkbaar
het devies, gebeiteld in
het voetstuk van het standbeeld "De
Maaier", terdege in het oog gehouden en nagevolgd:
"Hier werd een toekomst geboren, bouwt voort!".
|